Revisie 41 105

Vandaag hebben we de lampen gereinigd.

De oorspronkelijke ketels, die ontworpen waren voor een werkdruk van 20 bar, vertoonden na verloop van tijd verschijnselen van metaalmoeheid. Soortgelijke verschijnselen deden zich voor bij de ketels van de series 01.10 en 03.10. In 1957 besloot men dan ook om 99 machines te voorzien van een geheel nieuwe gelaste ketel die identiek was aan de nieuwe ketel die rond die tijd om dezelfde redenen op de locomotieven van de serie 03.10 werd geplaatst. Tevens werd bij 40 machines een oliestookinstallatie ingebouwd. De 41 105 onderging al deze constructiewijzigingen in september 1958 bij Henschel in Kassel. Tijdens een grote revisie in oktober 1968 werd de ketel omgewisseld met de ketel afkomstig van de buiten dienst gestelde 03 1051. De oliegestookte locomotieven van de serie 41 behoorden tot de laatste stoomlocomotieven die de DB in dienst had. Op het laatste inzetgebied, de lijn van Münster naar Emden, trokken zij zowel 4000-tons ertstreinen (als voorspanlocomotief voor een loc van de serie 44), militaire treinen van Oldenzaal naar Lühne en tot 1975 zelfs nog personentreinen, niet alleen naar Emden, maar ook naar Osnabrück.